Killian over sociale druk

Voor een sociaal experiment voldoet journalistiek student Killian een week lang aan zoveel mogelijk sociale verplichtingen. Hieronder legt hij uit hoe hij het experiment heeft ervaren.

Mijn sociale week: de terugblik

Mijn sociale experiment zit er inmiddels weer een tijdje op. Een week lang ben ik non-stop onder de mensen geweest. Ik heb geprobeerd aan zoveel mogelijk sociale verplichtingen te voldoen. Nu ik weer wat rust in mijn hoofd heb het lijkt me een goed moment om terug te blikken. Waar ben ik tegenaan gelopen? En wat neem ik mee?

Waar ben ik tegenaan gelopen?

1. Goede gesprekken mislukken

Maandag maakte ik een uitgebreide wandeling met Thom, een vriend van me. We keken naar het mooie uitzicht van het Engelse Werk en hielden gesprekken over het leven. Thom was al een paar minuten een pleidooi aan het houden. In mijn hoofd was ik afgedwaald. Ik moet zo de bus pakken, die vertrekt om 16:14, dan moet ik boodschappen doen, koken voor het huis, nog even bijpraten met iedereen en dan zo snel mogelijk op de fiets naar Luca. Toen Thom klaar was met spreken dacht ik: fuck, waar had hij het ook al weer over? ‘Ja dus je bedoelt …’ probeerde ik. ‘Nee man, daar had ik het niet over.’ Betrapt…

Normaal kan ik helemaal in een gesprek opgaan. Het mooie aan een goed gesprek is de mogelijkheid om elkaar te verrijken. Elkaar nieuwe inzichten te brengen, meer over de ander te weten komen. Omdat mijn hoofd om liep van de afspraken en dingen waar ik rekening mee moest houden kon ik voor geen seconde opgaan in het moment. Dit knaagde aan mijn vermogen om te luisteren. En als je niet luistert kun je geen goede gesprekken voeren.

2. Sociale druk blijft, zelfs als je eraan toegeeft

Zelfs als je aan alle sociale druk toegeeft ervaar je nog sociale druk. Dit klinkt misschien paradoxaal, maar zo heb ik het wel ervaren. Zo moest ik bijvoorbeeld nadat ik had gekookt voor het huis weer door naar de volgende afspraak. In plaats van begripvolle reacties ontving ik vooral een negatief geluid. ‘Ga je nu al?’ ‘Het is pas negen uur.’ Dit is jammer, ik fietste uiteindelijk weg met het gevoel dat ik mensen had teleurgesteld. Toch betrap ik mezelf ook regelmatig op zulk soort uitspraken. In essentie zijn ze ook positief. Je wilt dat iemand langer blijft omdat je het blijkbaar gezellig met diegene vindt. Zonder dat mensen dit door hebben zorgt dit weer voor extra druk.


3. Ik kan niet plannen

Dit weet ik al jaren, maar het werd me gedurende de week nog eens pijnlijk duidelijk. Plannen is niet mijn ding. Zelfs als ik mijn experiment van tevoren uitgebreid plan en dus stilsta bij wat er gaat gebeuren blijkt in de praktijk alles anders te lopen. Afspraken lopen altijd uit, externe omstandigheden zijn onoverkomelijk en reizen duurt altijd langer dan je denkt.

4. Ik kon niet meer in oplossingen denken

Woensdagavond werd ik gebeld door een projectgenoot van me. Ik zou meer moeten investeren in het groepsproces en was flink aan het verzaken. Eerst stribbelde ik nog wat tegen en verzon ik smoesjes. Maar al gauw gaf ik haar gelijk. Ik had inderdaad meer voor de groep moeten doen. ‘Hoe ga je dit oplossen?’ vroeg ze. ‘Ik weet het niet. Je hebt volkomen gelijk, maar ik weet het niet.’ antwoorde ik na een lange stilte.

Ze opperde een aantal ideeën. Ik zou andere afspraken kunnen verzetten bijvoorbeeld. Maar ik zag niks meer dan onoverkomelijke problemen. Ik begon weer tegen te stribbelen en de discussie verhitte. ‘Nu ben je weer smoesjes aan het verzinnen!’ riep ze. Ze had gelijk, dit besefte ik maar al te goed. Ik hing op, midden in haar zin. Ik gooide mijn mobiel weg, stak mijn handen in mijn haren en liet mijn hoofd rusten op het bureau.

Dit staat zo haaks op hoe ik normaal ben. Ik zie altijd kansen en denk in oplossingen. Chaotisch ben ik altijd al geweest, maar op zo een kinderachtige manier weglopen voor problemen is niets voor mij.

5. Ik voelde me waardeloos

Hoe verder de week vorderde, hoe meer ik aan mezelf begon te twijfelen. Ik was niet bezig met de mooie en geslaagde afspraken, maar dacht constant aan alles wat niet lukte. Afspraken die ik moest verplaatsen/afzeggen, dingen die ik achteraf beter had kunnen doen. Ik voelde me waardeloos. Ik schaamde me voor waar ik mee bezig was. En had het idee dat niemand ook maar iets aan me had.

6. Ik begon te stotteren

Dinsdag aan het eind van de middag was ik aan het praten met mijn vriendin, Luca. Naarmate het gesprek vorderde kwam ik steeds minder goed uit mijn woorden. Sterker nog, ik begon zelfs volkomen te stotteren. Dit was een enge constatering. Normaal stotter ik nooit. Praten is een van mijn favoriete bezigheden en normaal gooi er zonder problemen de ene na de andere moeilijke zinsconstructie uit. Het voelde alsof mijn interne processor oververhit raakte en kuren aan het maken was.

7. Ik had last van slaapgebrek

Na weer een lange dag stortte ik mezelf uitgeput in bed. Twaalf uur op zijn vroegst. Eindelijk kon ik slapen. Of toch niet? Terwijl ik naar het plafond staarde bleven de gedachtes door mijn hoofd ratelen. Wat staat er voor morgen op het programma? Waar moet ik heen? Wie ga ik zien? Hoe ga ik dit allemaal in goede banen lijden? Het kostte me nog minstens een uur om mezelf te kalmeren en de rust te vinden om in slaap te vallen.

De behoefte om dingen mee te krijgen, of eerder de angst om dingen te missen (fear of missing out) is iets wat altijd aanwezig is. Zo betrapte ik me er regelmatig op dat ik om half twee snachts, uitgeput, alsnog even door mijn Facebook tijdlijn aan het scrollen was en mijn vrienden Whatsappte.

8. Ik begon te trillen

Naast het stotteren viel me vrijdag ochtend toen ik net uit bed was nog iets op. Mijn eerste kopje koffie stond voor me te dampen. Ik stak mijn handen uit om het dichterbij te brengen, maar ze begonnen spontaan te trillen. Niet extreem of zo. Maar toch, ik schrok ervan.

Wat neem ik mee?

Ik ben tijdens en na mijn week in gesprek gegaan met verschillende experts. Ze zijn het allemaal over een ding eens. De sociale druk neemt toe en het is een maatschappelijk probleem. De cijfers liegen er ook niet om. 30% van de jongeren ervaart wekelijks stress over zijn of haar sociale leven. Ik heb de deskundigen gevraagd naar oplossingen voor dit probleem. De antwoorden heb ik hieronder samengevat in een lijstje, aangevuld met mijn eigen opgedane inzichten.

1. Niet moeten, maar kunnen

Volgens psycholoog Freek Offringa ligt de oplossing vooral bij het loslaten van het moeten. Want wie zegt eigenlijk dat we zoveel moeten? Zodra je op je eigen acties gaat reflecteren zal je zien dat de meeste druk om te presteren door jezelf is opgelegd. Het is belangrijk om dingen te doen omdat je het leuk vindt. Dit klinkt natuurlijk vanzelfsprekend, toch doe ik vaak dingen omdat ik het gevoel heb dat het van me verwacht wordt. In de toekomst ga ik proberen dit los te laten.

2. Je hoeft niet altijd bereikbaar te zijn

Wanneer je altijd je smartphone bij je hebt voel je al gauw de druk om altijd te moeten reageren op berichten. Offringa zet zijn mobiel regelmatig uit. Hiermee geeft hij de grenzen in zijn bereikbaarheid aan. Het is eigenlijk heel raar dat we binnenkomende whatsappjes zo snel mogelijk willen lezen, terwijl deze berichten bijna nooit dringend zijn. Door de zelfopgelegde druk om altijd bereikbaar te zijn los te laten, gun je jezelf meer ontspanning en kun je beter opgaan in een moment. Of dit nou een etentje, een wandeling of een studiemiddag is.

3. Maak keuzes en sta erachter

Volgens Offringa moeten we keuzes maken. Wat is belangrijk? Waarom doen we iets? Het is me opgevallen dat je geen meter vooruitkomt als je met honderd dingen tegelijk bezig bent. Tijdens mijn week deed ik niks anders, maar in het dagelijks leven ben ik ook zo. Ik heb altijd meerdere projecten lopen. Hoewel ik over alles enthousiast ben schiet niks echt op. Ik heb me voorgenomen om in de toekomst minder snel ja te zeggen en projecten stuk voor stuk uit te werken. Zo kan ik mijn aandacht volledig bij één ding houden en als het klaar is ruimte maken voor het volgende project.

4. Meer verwachten zorgen niet voor meer tevredenheid

Ik deed tijdens het experiment een stuk meer dan in een doorsnee week. Maar omdat ik mijn lat ineens radicaal hoger had gelegd, gaf wat ik extra bereikte alsnog geen voldoening. ‘Als je een doel wilt bereiken is het belangrijk om je te realiseren dat dit met kleine stapjes gaat, elk stapje dat je haalt geeft je een goed gevoel’ zegt jongerencoach Marco Salentijn.

5. Zeg vaker nee

Wanneer mensen mij opbellen met een idee zeg ik altijd: ‘Ja, leuk, doen we!’ Voor ik het weet heb ik alweer van alles door elkaar gepland en moet ik afspraken afzeggen of haastig van het ene naar het andere hoppen. Ik heb me voorgenomen om wat langer na te denken voordat ik ja zeg. Zodat ik weloverwogen keuzes maak, waar ik volledig achter sta.

6. Luie avondjes zijn belangrijk

Voorheen werd ik vaak boos op mezelf wanneer ik een avond op de bank zat en niks deed. Dit heet ook wel geanticipeerde spijt, wist gezondheidswetenschapper Monique Mensen me te vertellen. Na een week zonder vrije tijd zie ik echter het belang van deze momenten in.

Tijd om alleen met je gedachten te zijn brengt rust, ontspanning en creëert ruimte voor nieuwe ideeën en inzichten. Monique heeft me uitgelegd dat het belangrijk is om juist deze rustmomenten in je agenda te zetten. Zo vergeef je jezelf makkelijker wanneer je ontspant en lijken de taken die nog op je zitten te wachten ineens een stuk haalbaarder.

Natuurlijk was mijn experimentweek een beetje overtrokken. In het echt zal ik nooit zo extreem volgepland zijn. Ook andere jongeren zullen niet z’n raar schema naleven. Uit onderzoek blijkt echter wel dat jongeren steeds meer sociale druk ervaren. Ik wilde slechts ervaren wat er zou gebeuren als we die stijgende lijn met zijn allen zouden doorzetten.

Ik hoop dat ik jullie niet helemaal heb afgeschrikt met mijn horrorlijstje. Het was lang niet allemaal kommer en kwel. Ik heb veel vrienden bezocht die ik al een tijd niet had gezien, dit deed me goed. Ook de activiteiten die ik normaal nooit zou ondernemen bleken verbazend leuk. Om 08:00 ‘s ochtends zwemmen met Thijs voelde heerlijk. Een verfrissende inspanning, met daarna nog een hele dag voor me. Alsof je drie keer scherper aan je dag begint.

Waarom doe je iets? Wat brengt het je? Zolang je het nut van je acties inziet haal je er meer voldoening en energie uit. Spreek met mensen af omdat je ze wil zien en alleen wanneer je er echt de tijd voor hebt. Niet wanneer er nog andere verplichtingen in je hoofd rondspoken. En niet puur omdat jij het gevoel hebt dat het van je verwacht wordt. Maak tijd voor elkaar wanneer het uitkomt, doe het goed.

This Post Has Been Viewed 88 Times